Wat zet een ongeveer 30-jarige man er opeens toe aan over zijn leven te gaan nadenken? En wat weerhoudt hem ervan de deur van zijn schrijfkamer eindelijk achter zich dicht te slaan, zodat hij de wijde wereld kan instappen, die als een verlokking en een uitdaging op hem ligt te wachten? Is het zijn afkomst die hem dwarszit? Of zijn het zijn milieu, zijn schuchterheid en zijn angst voor de mensen? Zijn verhouding tot de vrouwen die ooit zijn pad hebben gekruist, maar niet zonder hun sporen na te laten? Hebben zijn verleden en eenzaamheid hem verbitterd gemaakt? Een eenzaamheid waarover hij zich overigens alleen maar vrolijk kan maken. En waar komen die obsederende gedachten aan dood, aftakeling en het onverbiddelijke verstrijken van de tijd vandaan? Vragen bij de vleet. Ze laten hem niet meer los, hebben zich met scherpe weerhaken in hem vastgezet, houden hem uit zijn slaap en beletten hem van het leven te genieten. Maar zijn er ook antwoorden? En wordt het boek dat hij van zijn leven tracht te maken een bittere afrekening? Of is het veeleer een bevrijding en een nieuw begin?
De pers over het boek
'Vooral omwille van de rijke inhoud en de veelomvattende problematiek kan de lezer zijnerzijds hopen dat Vermeiren hiermee niet uitgeschreven is. Hij zou de eerste niet zijn die na een zeer gestoffeerd werk er het zwijgen toe doet.' (Frank De Keyser, in: Boek en Bibliotheek, juli-aug. '89.)
'De vrolijke eenzaamheid is een goed boek, maar een paar passages hadden m.i. toch beter thuisgehoord in een filosofisch tractaat. Het is een waardevolle roman die wegens zijn diepte niet zal worden opgeslokt in de almaar groeiende en vlot verkopende stapels druksels die zich ook graag literatuur noemen hoewel zij uitsluitend oppervlakkigheid in hun vaandel dragen.' (Phil Cailliau)
'De vrolijke eenzaamheid is een roman die zichzelf opheft, en dus eigenlijk niet bestaat.' (Hugo Bousset, in: Ons Erfdeel, maart-april '89)
'Vermeiren is erin geslaagd van zijn roman een veelgelaagd taalboek te maken, waarbij tekstsoorten en taalregisters op doordachte wijze over elkaar schuiven: dagboekfragmenten, brieven, de parabel, een ontmaskering van het medische jargon, het zijn enkele voorbeelden van "stijlen" die in Vermeirens boek functioneel en afgemeten worden aangewend.' (Jooris Van Hulle, in: Boekengids, juni '88)
'De vrolijke eenzaamheid is een intelligent en zorgvuldig opgebouwde roman. Koen Vermeiren is geen "Mooie Jonge God" zoals Brusselmans dat natuurlijk wel is. Gelukkig zijn er andere criteria dan verkoopcijfers om een boek naar waarde te schatten.' (Erik Vermeulen, in: Randschrift, sept.-okt. '88)
'Absoluut wanstaltig en hopeloos overbodig snertproza.' (Herman Brusselmans, in: De Morgen, 9 mei '88)